De geneugten van een Altbauwoning

Zelf vind ik de groene laag onder de witte verf van mijn keukenkozijnen heel charmant, en van de enigszins gelige afbladderende verf in de badkamer houd ik ook, maar ik wil wel toegeven dat je je op sommige dingen een beetje moet voorbereiden als je een Altbauwoning betrekt. Of dat je je in ieder geval een beetje moet aanpassen aan je nieuwe oude huis.

Ik geef ook toe dat ik minder gecharmeerd was van de pluizige schimmel op mijn woonkamermuur, die ik Max der Mauerschimmel doopte. Maar buiten Max (inmiddels overigens verdelgd) houd ik van iedere kras, ieder piepje en iedere eigenaardigheid van ons huis. Gelukkig maar, want krassen, piepjes en eigenaardigheden zijn er vele in ons huis, dit jaar 150 jaar oud.

Makken die elke Altbauwoning heeft

Rondingen

Ik zal de laatste zijn die iets tegen rondingen heeft, maar in huis stellen rondingen een mens nu eenmaal voor uitdagingen… Er is geen rechte lijn in huis te bekennen. Dat maakt het inrichten van de woning tot avontuurlijke aangelegenheid. Kasten kunnen dus niet helemaal tegen de muur staan, want de muur golft. Er zitten plinten op gekke plaatsen en op andere ontbreken plinten. De wasmachine neerzetten op een locatie die waterpas is? Haha, grapjurk! Het duurde ook even voor ik begreep waarom het smalle dressoir op pootjes voortdurend naar voren kukelde… Knikkeren kan dan weer wel heel goed in de woonkamer. Dat wel.

Bewegende picknickbankjes

Oude vloeren bestaan vaak uit balken die rusten op dragende muren van het huis. Naarmate het huis ouder wordt, buigen die balken langzaam door als een picknickbankje waar teveel mensen op zitten. In mijn woning zijn bovendien drie of vier lagen hout op elkaar gestapeld – want waarom zou je de oude vloer eruit halen als je het nieuwe parket ook gewoon bovenop de oude laag kunt leggen? Bijgevolg is de afstand tussen vloer en plafond dusdanig gewijzigd, dat de deuren van mijn woning niet meer pasten en na verloop van tijd gewoon zoek geraakt zijn.

Niet alleen de houten balken van de ondervloeren bewegen, ook de muren. Mijn vensterbanken zijn daarom scheef gezakt, en een van de bovenramen heeft zich zo verplaatst dat het niet meer open kan. De buren hebben dagelijks strijd met de deur van hun badkamer.

Details! Weggestopt achter de geiser van mijn vorige huis in Altona trof ik deze schattige boerentegeltjes. Daar had ik ook een fraai oud knopje, uitgerekend op het deurtje van de meterkast. En ja, dat is een origineel fornuis uit 1865!

Verrassing uit de muur

Ook bij het ophangen van kastjes aan de muur staat je avontuur en verrassing te wachten: je moet met de boormachine een woud aan behanglagen bedwingen (overigens ook leuk bij het behangen of verven), en je weet nooit wat je tegenkomt. Op sommige plekken blijkt de muur al een gatenkaas, op andere tref je obstakels als oude bekabeling en onduidbare voegen aan en op sommige plekken brokkelt de muur zo erg dat het gat veel groter wordt dan je gepland had.

Gebabbel

Een Altbauhuis beweegt niet alleen, het praat ook, en soms hoest het, vooral als het waait. Wanneer er een grote auto, zeg een DHL-busje, voorbij rijdt, beeft het hele huis. Deze grande dame is op leeftijd, en dus vatbaarder voor verkoudheidjes en schimmels en moet daarom goed kunnen ademen en gelucht worden. In de winter is het bepaald geen pretje langdurig te moeten ventileren, omdat het huis dan toch al nauwelijks warm te stoken is.

Isolatie. Of het gebrek daaraan

Ik heb namelijk dubbel glas, maar daar heb je vrij weinig aan als het kozijn eromheen beweegt en kiert. Isolatie in 1865 was ook niet wat wij eronder verstaan, en het huis is gebouwd op grond die daar eigenlijk niet geschikt voor is. Tel daarbij dat ik een hoekwoning heb, zonder bovenburen en je begrijpt waarom ik lange tijd blij was als ik het in de winter tot 18 °C wist te stoken. (In slechte tijden noemde ik ons huis Casa Permafrost, voor de beeldvorming.) En ook waarom schimmels het hier keigezellig vinden. Inmiddels ben ik overgestapt op zwaardere gordijnen en staat mijn huis vol met vochtvreters – en warempel, die maken het klimaat aanzienlijk aangenamer.

Denkmalschutz

De meeste Altbau staat onder Denkmalschutz, wat betekent dat je niet zomaar mag sleutelen aan het pand, en je vaak op kosten wordt gejaagd omdat een renovatie op een bepaalde, bij het huis passende manier moet worden uitgevoerd. Wat dan schijnbaar wel weer mag, zonder dat je daar Popoklatsch voor krijgt, is het pand gewoon laten verpieteren, zoals men met de Beelitz Heilstätten heeft laten gebeuren en wat er nu ook met mijn huis gebeurt.

Er zijn verschillende categorieën Denkmalschutz: omdat het Denkmalschutzamt het druk heeft krijgen veel van de Gründerzeithäuser (late 19e eeuw) een soort basisstatus als monument. Naderhand moet dan nog specifiek uitgezocht worden wat het historisch belang van het pand is en wat er wel/niet aan gesleuteld is. Voor zover ik begrepen heb (gelet op wat er met mijn eigen huis gebeurt) gaat al dat onderzoek niet erg snel.

Waarom het toch liefde op het eerste gezicht was

Hoewel Operation Gomorrha in 1943 een derde van alle woonhuizen in Hamburg verwoestte en ook in Altona goed zichtbaar is waar de gaten geslagen zijn, staat mijn hele buurt vol met prachtige Altbauwoningen uit de Gründerzeit, gebouwd zo tussen 1850 (sommige nog eerder) en 1900. Het zijn statige, elegante huizen, met vaak neoclassicistische versieringen aan de gevels. De bouwstijl die in de Gründerzeit in zwang was, Historismus, grijpt terug op klassieke elementen, op de Barok, en op de Renaissance.

Toen ik mijn woning voor het eerst zag was de renovatie nog in volle gang. Er was net een douche gebouwd, maar er was nog geen nieuwe wc (en dus was er op dat moment helemaal geen wc). Omdat alle elektra vernieuwd werd, zaten er overal gaten in de muren en in het plafond. (De werkmannen hebben de dichtgemaakte muren later beplakt met stukjes grijs bouwbehang. Op een witte muur. Met vieze handen, ik bedoel, met authentieke details…) In de hal hingen honderd lagen behang er als oud vel bij. Toch was het liefde op het eerste gezicht.

Hoge plafonds, grote ramen, mooi uitzicht en aan alle kanten licht: ik heb de hoekwoning en de fraaiste woning in het huis. Alle lagen verf en hout vind ik fascinerend – ja, ik weet heus wel dat ik de enige ben die verrukt een half uur de verschillende lagen verf op de slaapkamervloer kan bestuderen.

Natuurlijk, als ik de vochtvreters moet vervangen is het niet te harden in de winter, en er dreigt altijd wel iets uit elkaar te vallen. Om te zwijgen van van, nouja, de huisbaas. Maar… Het geklets en gekraak van het huis vind ik charmant, de geur van het trappenhuis is thuis – behalve als de overbuurman zijn deur recentelijk open gehad heeft, want dan meurt het naar sinds 1974 niet meer gewassen man.

Het allermooist aan het huis vind ik natuurlijk dat al die lagen verf en hout, al die krassen, al die geluidjes een eigen verhaal hebben. Een verhaal dat ik beetje bij beetje leer kennen. Begin 20e eeuw was het huis bijvoorbeeld van een Kolonialwarenhändler, die in dezelfde buurt nog twee huizen met winkels had. Woest-romantische ideeën heb ik over deze man en zijn familie. Reisde hij ook zelf de wereld over om koffie, suiker en thee van verre te halen? En hoe zijn de twee oude zusters die jarenlang op de eerste verdieping woonden hier terechtgekomen?

En wie is toch die fascinerende man die als Arbeider in het telefoonboek stond, en aanvankelijk slechts één van de kleinere woningen huurde en uiteindelijk, kort na de oorlog, het hele pand kocht?

Ik kan geen Altbaupand voorbij lopen zonder me af te vragen wie er woonde, wat zich er afgespeeld heeft… Mijn eigen huis, de buurt, het is voor mij een combinatie van speeltuin, openluchtmuseum en detectiveroman. Iedereen in mijn omgeving is er al aan gewend dat ik overal foto’s van neem en altijd een kijkje ga nemen als er een huis gerenoveerd wordt. Never a dull moment dus, hier in Altona!

Hoe oud is jouw huis?

16 gedachten over “De geneugten van een Altbauwoning

  1. Oooh, zo nice. Na jaren in oude huizen te hebben gewoon met lekkende kozijnen, scheve muren en niet-waterpas vloeren hebben wij nu een appartement uit 2002. Ik vind het heerlijk, al zou ik morgen een Art Nouveau pareltje in Brussel willen betrekken.

    • Gelukkig kan je art nouveau ook binnen tot leven brengen: van buiten is het huis een doodnormale blokkendoos, maar van binnen is het een parel. Zoiets. 🙂

  2. Hahaha, ‘Max der Mauerschimmel’! Klinkt meteen een stuk gezelliger als je het een naam geeft 😉

    Ik woon in een goed bijgehouden studentenhuis uit de jaren ’80 zonder karakter. Leuk voor nu, maar ik zou later toch liever wonen in een huis met wat meer instant-sfeer.

    • Ja, als je dan toch (ongewenst) samenwoont, kun je de ander net zo goed een naam geven 😉 Mijn huisje in Leiden was ook een jaren ’80 ding (maar dan slecht onderhouden trouwens): prima op zich, maar ik ben wel heel blij dat ik hier op dit huis gestuit ben. Hoewel goed bijgehouden natuurlijk wel een bonus is…

  3. Mijn huis is uit 1923, het heet De Dageraad, gebouwd als goede woningen voor arbeiders door woningcoöperatie (toen nog) De Dageraad. Een mooie socialistische naam. Helaas liepen tijdens het bouwen de kosten al uit de hand, want de architecten (Michel de Klerk, zelf afkomstig uit een arbeidersgezin met 22 kinderen) wilden geen concessie doen. Mijn huis zit vol met prachtige details, zoals een gedraaide paal in het trappenhuis, ladderramen (kenmerkend voor de Amsterdamse School), kleine ornamentjes onder de traptreden. De buitenkant van het gebouw is een monument. De binnenkant niet, dus daar zitten lekker jaren zeventig-deuren in. Maar ik geniet er elke dag van!

    • Jaa! Jullie huis is inderdaad prachtig! En wat ontzettend gaaf dat je dit soort details over het huis weet. Ik word daar dus heel erg blij van. Ben ook nog steeds jaloers op een vriendin in Eppendorf die in haar huis (1908) een oude munt vond…

  4. Ik verhuis in maart naar een nieuwbouw woning op de cremon insel. Geen gebouw vol karakter maar het zit om de hoek van Deichstraße waar in 1842 de grote brand van Hamburg begon. Een van de weinige oude straatjes in de binnenstad die de brand heeft overleefd.

    • Nog geen gebouw vol karakter, natuurlijk: je gaat er zelf geschiedenis schrijven 🙂 Wel al een buurt met een hele bewogen geschiedenis inderdaad!

  5. Ons dijkhuis is uit 1880 en dus inclusief schimmels, scheve muren, deuren, en vloeren, evenals meerdere lagen vloer en muurbedekking en slechte bouwoplossingen. Vroeger was het onderdeel van de smidse met in het souterrain (tegenwoordig de keuken) ooit een garage en boven het woonhuis. De voormalige werkplaats is nu het huis van de buren.

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Als je een reactie achterlaat, ga je akkoord met de voorwaarden en privacyverklaring van Standort Hamburg.