Domweg gelukkig in het stadsarchief? En misschien in Wilhelmsburg?

Nou ja, eigenlijk begon het echte geluk pas toen ik weer thuis was en ik verder kon met mijn onderzoekje, maar het was toch een vruchtbaar bezoek aan het Altonaer Stadtarchiv. Ook zag ik de afgelopen maand weer drie nieuwe stadsdelen, waar geluk zomaar op de loer zou kunnen liggen – je weet het nooit 😉

In het archief

Je eerste vraag is waarschijnlijk: wat voor ‘onderzoekje’ doe je dan in godsnaam?

Wel, het huis waarin ik woon wordt dit jaar 150 en om dat te vieren wil ik niet alleen een goede fles wijn op het huis nemen, maar ook een kroniekje schrijven over het huis, en de buurt. Daarbij ben ik ontzettend nieuwsgierig, heb ik allerlei woest-romantische gedachten over het huis en zijn bewoners en ben ik zeer verliefd geworden op Altona-Altstadt. En ik heb nog steeds de ambitie om een verhaal (als in: fictie) over de buurt en het huis te schrijven, dat ook.

Ik bedoel, jo, kijk dan even, dit soort gebouwen staan dus gewoon bij ons in de buurt:

Check die portretten! Die waren me eerder nog helemaal niet opgevallen!
Bei der Friedenseiche, ong. 1872, naar de vredeseik die na de Duits-Franse oorlog werd geplant.

Ik probeer dus zoveel mogelijk te weten te komen. Ik zal je besparen hoe ik een half uur lang de verschillende lagen van mijn slaapkamervloer bestudeerd heb, maar neem je graag mee naar het Altonaer Stadtarchiv, waar ik een date had met de archiefmeneer.

De archiefmeneer vertelt graag en veel, merkte ik tijdens deze date. Ik heb bovendien uitgebreid kennisgemaakt met álle 185 pagina’s van het manuscript van zijn nieuwe boek. Niet dat de inhoud daarvan ook maar ene fluit te maken had met de reden dat ik daar was.

Deze kennismaking vulde het eerste uur van de afspraak.

Ik ontdekte ook alras dat archiefmans op zijn archief zit zoals Smaug op zijn goud. Uiteindelijk slaagde ik erin om zijn verhaal eindelijk te onderbreken en een nieuwe monoloog te voorkomen. Het lukte me ook om te vertellen wat ik precies wilde (data! namen! foto’s!).

En archiefmans was weliswaar zéér geïnteresseerd in mijn voornemen een kroniek te schrijven, maar hield me nog steeds angstvallig uit de buurt van het archief zelf.

Altonaer Adressbuch 1909
De Altonaer Adressbücher, wát een juweeltjes! Hier een fragment uit 1909.

Wel wilde hij me nog iets tonen wat hij beschreef als ‘sehr geil‘.

Nu begin ik er langzaam aan te wennen dat Duitsers alles maar voortdurend ‘geil’ vinden, maar ik heb er nog steeds een klein beetje moeite mee als meneren van halverwege de 70 dit soort woorden in de mond nemen. Ik kan een lichte huivering door mijn ruggengraat niet ontkennen (had ik al gemeld dat het archief zich in een kelder/souterrain bevindt?), maar dat wist ik natuurlijk te verhullen door snel mijn camera te voorschijn te toveren.

Het bleek te gaan om de oude elektriciteitsruimte, waar zich nog allerhande oude bekabeling bevindt, en onderdelen die in vroeger tijden een van de liften van het oude ziekenhuis omhoog takelden (het archief bevindt zich namelijk niet in zomaar een kelder/souterrain, maar in de kelder van een van de gebouwen van het oude Altonaer Krankenhaus, waar zich tegenwoordig Haus Drei bevindt).

Geil zou niet mijn woordkeus zijn, maar ik geef toe dat het een interessante ruimte was, ook al wilde ik er toch ook vooral snel weer weg.

Ook dit had weer geen drol te maken met de reden dat ik daar was…

Al dan niet sehr geile onderdelen van de elektriciteitskamer.

Wat zich in het archief bevindt, moet dus nog wachten tot de volgende date, maar ik heb wel een aantal aanknopingspunten voor verdere zoektochten. In het archief heb ik bijvoorbeeld een glimp opgevangen van de Altonaer Adressbücher van 1850-1935, en bij thuiskomst ontdekte ik dat de Uni Hamburg zo goed geweest was om deze te digitaliseren en online beschikbaar te maken voor nerdy types als ik.

Tsja, en dáárvoor heb zelfs ík dan geen ander woord beschikbaar dan ‘total geil‘. Op bovenstaande foto zie je een fragment van het adresboek uit 1909. Het is even zoeken, omdat straatnamen in de 20e eeuw meermaals van naam veranderd zijn, en je aan het schrift ook even moet wennen, maar als je daar eenmaal doorheen bent, zijn de adresboeken een goudmijntje.

Er staat namelijk niet alleen in wie de eigenaar van een pand was, en wie er woningen in huurden, maar ook wat voor beroep deze types hadden. Als je de adresboeken een paar opeenvolgende jaren volgt, ontdek je ook familieverhoudingen, sterfgevallen, enzovoorts.

De woest-romantische gedachten die ik toch al bij ons huis had zijn, nu ik namen en beroepen van vroegere bewoners heb, natuurlijk nóg woest-romantischer geworden. We hadden bijvoorbeeld een koloniaalwarenhandelaar in huis, twee oude vrijsters, zusters, en een man die arbeider was en een van de kleinste woningen in huis bewoonde, maar op een gegeven moment het hele pand gekocht heeft.

Het voormalige Thedebad in de Thedestraße, gebouwd in 1880/81 als openbaar zwembad voor de overwegend arme bevolking van Altona-Altstadt. Nadat het bad gesloten werd, werd het in 1980 verbouwd tot kantoorruimte. Tegenwoordig werken er landschapsarchitecten.

Project Stadtteil

Project Stadtteil (waarin ik alle 104 Stadtteile van Hamburg wil leren kennen) vordert wat langzamer dan ik zou willen, maar ik heb de afgelopen maand toch drie Stadtteile aan mijn scorekaartje toe kunnen voegen. Min of meer.

Het zijn Eidelstedt, Wilhelmsburg en Harburg.

Geheel per ongeluk belandde ik begin februari in Eidelstedt. Ik was namelijk op weg naar kennissen in Pinneberg en realiseerde me te laat dat er tussen Altona en Eidelstedt geen S-Bahn reed. Wel een Ersatzbus, zodat ik je nu kan zeggen: (in elk geval de stationsbuurt van) Eidelstedt kun je met een gerust hart overslaan – nee, ik maakte ook geen foto’s. Het was donker en ik stond met enkele lieden die heel diep in het glaasje gekeken hadden op de bus te wachten.

Naar Wilhelmsburg ging ik gepland, zij het nog niet voor mijn ‘Tour de Willi’, maar voor een korte tussenstop op weg naar Harburg. Ik zag dus zo goed als nix van het Elbinsel, maar nam wel een foto van de Neubau Behörde für Stadtentwicklung und Umwelt, in de volksmond ook we ‘der Ringelsock‘ (grinnik) genoemd.

Harburg. Tsja, wat kan ik zeggen over Harburg. Je kunt het op zich goed missen. In Harburg kreeg ik een beetje een Alkmaar-Noord-gevoel, maar dan met grotere winkels en hier en daar een verdwaald Altbaupand. (update 2017: inmiddels heb ik mijn mening toch een beetje bij moeten schaven – zie ook: Wilhelmsburg en Harburg.)

Het havengebied is voor een keertje wel aardig om doorheen te rijden, maar vooral als je op weg bent naar restaurant Momento di. Sterker nog, ik zou zelfs willen stellen dat Momento di de hoofdreden zou moeten zijn voor je bezoek aan Harburg. Het is niet goedkoop en ook niet naast de deur, maar absoluut de moeite waard. Je zit hier aan het water en eet hier uitstekend Italiaans. Ook fijn aan Momento di vond ik dat het echt een goed restaurant is, maar dat je hier niet per se poepjesjiek voor de dag hoeft te komen.

Momento di
Veritaskai 3

10 gedachten over “Domweg gelukkig in het stadsarchief? En misschien in Wilhelmsburg?

  1. Archiefkelders zijn geweldig, ik zou later graag archiefmedewerker willen worden. Toen ik een ‘geschiedenis van mijn buurt’ periode had (zie http://susanisweg.nl/2013/02/04/ontdek-je-plekje/#more-2508) heb ik eens dagen in dit soort gigantische en bijna niet te tillen boeken zitten bladeren op zoek naar vorige bewoners van mijn huis, dat gebouwd is begin twintigste eeuw. En naar van die microfiches lopen turen. Ik vond het uitermate opwindend, begrijp dat ‘geil’ dus wel 😉

    • Heerlijk hè? Ik ben blij dat ik niet de enige ben (hier word ik soms wat vreemd aangekeken, Hamburgers kennen deze passie kennelijk niet zo – ja, behalve de archiefmeneer). Ik geef overigens toe dat mijn hart ook sneller ging slaan toen ik de eerste namen en beroepen van vroegere bewoners op mijn scherm kreeg 🙂

  2. Ben van mening dat je onderzoekje, in afgeronde vorm, straks interessant is voor een veel breder publiek! Kan me voorstellen dat anderen in de wijk het verhaal ook zouden willen lezen!

  3. Plaatje 1 is hier in Den Haag ook wel te maken, in sterk verdunde vorm en zonder bidprentjes in de gevels – rond Plein 1813, de Parkstraat en de Indische Buurt. De tijd van Couperus en Mann. Kijkend naar Duitse Lokalzeiten valt het me steeds weer op hoeveel degelijker en gedetailleerder de Duitsers vroeger bouwden dan de Nederlanders. Er zijn dan ook wat vorsten (vrijwel) failliet gegaan aan hun streven om goede en bewoonbare wijken te bouwen in Berlijn, Wenen en Parijs.
    Nederland is kneuterig en te krenterig voor goede bouw. Couperus hekelde de sigarenkistjesbouw van Den Haag, toen hij er na jaren genieten in Toscane terug was. Hij wist niet hoe snel er weer weg moest komen. Wij beleven die armoede van toen nu als romantisch, en tochtig, en gehorig.

    • In de meeste Altbauhuizen hier is het op zich ook niet aan te bevelen om kinderen, een seksleven of een muzikale hobby te hebben, maar je struikelt hier ondanks de oorlog toch inderdaad over indrukwekkende bouwwerken.

Plaats een reactie