Ja, ik was eigenlijk van plan om over valse vrienden te schrijven, maar ik ben meer in de stemming voor Duitse scheldwoorden vandaag. Je moet het er maar even mee doen. Voordeel van deze blog is dat je me na het lezen ervan op gepaste wijze voor rotte vis uit kunt maken…

Veel Duitse scheldwoorden hebben een hoog Arsch-, poep-, en piesgehalte. Dat is natuurlijk weinig creatief, dat kunnen we zelf ook wel bedenken. Laten we dus mijn favoriete, wat creatievere Duitse scheldwoorden bekijken. Je weet tenslotte nooit wanneer ze van pas komen. Voor het gemak deel ik ze even in verschillende categorieën.

P1070508_Standort Hamburg_Duitse scheldwoorden

Zie ik daar een Quarkbüddel?? 
(Mural van Rebelzer, zie ook Street art spotten in Hamburg)

De zeiksnor

Je kent ongetwijfeld een aantal zeiksnorren. De zeiksnor is zo iemand die altijd wat te zaniken heeft, overal over mekkert, of in het geval van een Duitser: iemand die wildvreemden erop wijst dat ze door rood licht gelopen zijn en het dus niet verdienen om te leven. En degene die altijd dreigt zijn advocaat te gaan bellen.

Zo iemand is een Nörgler. Beter uit de weg gaan. In Noord-Duitsland worden zulke types ook wel Muckstoffel of Queesebüddel genoemd. Mijn allerfavorietste Duitse scheldwoord om een zeiksnor aan te duiden is het Hamburgse Quarkbüddel.

De bange poeperd

Er zijn genoeg lieden die mij in deze categorie willen scharen, maar tegen die lieden wil ik enkel roepen ‘du Quarkbüddel’… Anyhow. De Bangebüx is inderdaad een angsthaas. In de Hamburgse variant. In de Pfalz heet zo iemand een Labbeduddel, vergelijkbaar met onze labbekak.

De over het paard getilde kwast

Fluks door dan met over het paard getilde lieden en de haantjes – daar zijn er immers ook genoeg van. Zo iemand is een Pomadenhengst, iemand die opvalt door een enorme laag gel in zijn haar, figuurlijk, waarschijnlijk ook vaak letterlijk – hoe mooi is dat? Ik heb er meteen een beeld bij, jij toch ook?! Een alternatief is Graf Koks, of, in het noorden, Blaffbeck, maar dat bekt toch net minder goed als je het mij vraagt. Een alternatief is verder nog het fraaie woord Obermotz.

M20160217170111_Standort Hamburg_Duitse scheldwoorden

Het irritatiefactortje

Sommige mensen gaan je gewoon binnen 10 minuten voll auf den Keks (ook zo’n fijne uitdrukking), drijven je volslagen waanzinnig. Instanties zijn daar overigens ook goed in, als je voor de zoveelste keer je complete doopceel moet lichten voor het aanvragen van een onbenulligheid. Nervensägen zijn het, allemaal.
Dit is overigens ook het moment waarop ik het ‘wat creatievere’ in de scheldwoorden voor het Noord-Duits wat moet nuanceren. De Noord-Duitser noemt zo’n type namelijk gewoon Blubberkopp. (Maar de irritatie spat er wel vanaf, dus in dat opzicht toch zeker effectief te noemen.)

De betweter

Anale varianten had ik ja een beetje uit het lijstje met scheldwoorden gebannen, maar Klugscheißer is natuurlijk toch te mooi om niet te noemen. Iemand die als het ware pure intelligentie uitkakt 😉 In het Plattdeutsch Wiesnöös, wat ik dan weer heel erg süß vind.

De duffe drup

Iemand bij wie je in slaap valt zodra hij z’n mond open doet kun je gewoon een Schlafmütze noemen. Of een Dreupsteert als je in Niedersachsen bent. Dreupsteert! Wordt het nog mooier??

De kletsmajoor

Sommige Dreupsteerten zijn helaas ook kletsmajoors. Er komt geen einde aan hun slaapverwekkende verhalen. In Hessen is dat een Babbelmaul (brabbelkous). In het noorden een Dibberbüdel. (In het noorden kun je zelf creatief aan de slag met scheldwoorden door overal gewoon ‘büd(d)el‘ achter te plakken – Beutel – buidel, zak)

P1070307_Standort Hamburg_Street art spotten in Hamburg

Kalle en Bernd zouden wel raad weten met een Dreupsteert, denk ik. Wie Kalle en Bernd zijn? Creaties van de Berlijnse street artist El Bocho. Je vindt ze ook in Hamburg.

De huilebalk

Iemand die altijd maar aan het jammeren en grienen is, is een Heulsuse. Franken zouden hem een Greinmichel noemen. (Onwillekeurig moet ik aan Aeneas denken – die was ook altijd zo aan het janken over alles. Sorry, not a fan, slechte classica, enzo.)

En het allermooiste scheldwoord…

Giftnudel. De ‘gifnoedel’. Voor iemand die puur vergif is. Met als enige nadeel dat degene die je voor Giftnudel uitscheldt waarschijnlijk alleen maar heel hard moet lachen. Zou ik tenminste denken, want ik vind gifnoedel een dusdanig absurde belediging dat hij eigenlijk gewoon schattig is.

Wat was jouw favoriet?

Genoeg gescholden? Lees dan over de schattige koosnaampjes die men hier voor alles heeft. Of over 6 wunderbare uitdrukkingen voor op een feestje, mocht je daar nog uitgenodigd worden na al dit gescheld.

Of scheld gewoon nog even door:

We gaan weer even creatief Duits schelden