Es kommt wohl gut, of: Quarkbüddel recenseert boek

Als mijn moeder in Hamburg op bezoek komt, koopt ze stiekem allerlei Groeten-uit-Hamburg kaarten, die ze dan naar mij stuurt als ze weer thuis is. (Ik kan inmiddels bogen op een mooie collectie Ik-hartje-Hamburg kaarten!)

Ze brengt ook graag dingen mee die mij helpen bij mijn integratie. Zo ben ik in het bezit van een heuse Hamburg-Quiz, en van het boekje Es kommt wohl gut – Duitse taalblunders van Reinhard Wolff.

En over dat boekje moeten we het dus even hebben

De achterflap begint namelijk veelbelovend:

“‘Ich verführe 200 Menschen am Tag’, zegt de Nederlandse buscchauffeur.
‘Ongelooflijk, wat een seksmaniak’, denkt de Duitse passagier.”

En dan denk ik: moeten die Duitsers nodig zeggen, die alles maar ‘geil’ vinden en met alles en iedereen de hele f*cking tijd maar ‘klarkommen’!

Ik begon dus verheugd aan dit boekje, en was er op voorhand eigenlijk van overtuigd dat mij genoeglijke uren te wachten stonden. Waarin ik, nippend van mijn rosé, een traantje weg zou pinken van het lachen.

Dat viel een beetje tegen.

Es kommt wohl gut – nou, dat moet ik nog zien

Dit boekje beoogt ‘verschillen in beleving, houding en gedrag’ op ‘luchtige manier in beeld te brengen’ en zou zijn ‘voorzien van praktische tips om daar nuttig mee om te gaan’.

In de inleiding meldt Wolff dat hij vele uitdrukkingen in steenkolenduits daadwerkelijk voorbij heeft horen komen, maar ook dat er verder “enkele ‘onmogelijke uitspraken’ vermeld [worden] die ik niet letterlijk zo gehoord heb maar die te leuk zijn om ze als mogelijk steenkolenduits niet te vermelden (je zou het zomaar gezegd kunnen hebben).”

OK… Het lijkt mij wat krass, eigenlijk, om als Duitser mogelijke fouten van Nederlanders te verzinnen, maar goed, wie weet, OK, hij woont al 20 jaar in Nederland en zal heus van de hoed en de rand weten.

En wel hierom

Ik weet heus wel dat er genoeg Nederlanders zijn die Nederlandse woorden met een beetje extra oh-la-la in je nek hijgen of juist wat schw- en bitte-gerne uitstoten en dan vinden dat ze Frans of Duits spreken.

Maar…

Waarom is dat grappig?

Zijn dit soort blunders niet vooral grappig als je dingen zegt die in het Duits (of willekeurig welke andere taal) iets heel anders betekenen, liefst zelfs iets behoorlijk ongepasts?

Ik denk daarbij aan een oud-collega die haar proefschrift aan haar man opdroeg met een gedicht van Rumi en er pas toen haar (Iraanse) schoonouders de opdracht lazen begreep dat de zin die zij vertaald had met ‘en al die tijd was ik met jou zonder het te weten’ eigenlijk betekende ‘en al die tijd ging ik met jou naar bed zonder het te weten’ (iets van die strekking, deze promotie is ook alweer bijna 10 jaar terug!)

In dit boekje staan vooral voorbeelden van ‘letterlijk’ ‘vertaalde’ (of liever ‘helemaal niet vertaalde’) Nederlandse uitdrukkingen die in het Duits helemaal niks, nakkes, nada betekenen. En dat is toch niet grappig?

Neem bovenstaand voorbeeld met de suikerklontjes: wat is er grappig aan ‘zwei Klontchen Zucker, gerne?’ – het is betekenisloos.

De Duitser zal wellicht vragen ‘Sorry, wat wil je?’ en de Nederlander zal uitleggen ‘O, in het Nederlands zeggen we dat zo’. En dan zal de Duitser zeggen ‘O’.

Hiervan gaat toch niemand het in z’n broek doen van het lachen-gieren-brullen?

Een ander voorbeeld:

‘Geskohrt’, ‘Taal’. Ja hoor.

Ook hiervan rolt toch niemand schuddebuikend over de vloer? Als een Duitser zoiets per mail krijgt denkt hij waarschijnlijk enkel ‘??’.

Als hij het in een gesprek hoorde zou hij in de war kunnen raken van taal / Tal (dal), maar een beetje Duitser moet in Spiech/Speech het Engelse woord nog wel kunnen herkennen, zeker als we aannemen dat een dergelijke zin met enige context gepaard gaat.

En nog eentje:
steenkolenduits: “Er ist fremdgegangen
bedoeld wordt: “Hij is vreemd gegaan”
correct Duits: “Er hat einen Seitensprung gemacht

Met daaronder de opmerking “Er ist fremd gegangen is ook correct” – ja, en dat niet alleen, het is zelfs de gebruikelijke uitdrukking voor dit fenomeen, dus wat doet dit voorbeeld hier überhaupt?!

Het meeste komt voor mij toch een beetje neer op varianten van ‘Make that the cat wise‘, en daar kan ik toch niet echt om lachen…

Idioom en idioom

Ook idiomatisch vind ik Wolff vaak niet erg sterk. Het heeft weinig zin om een idiomatische, heel figuurlijke Nederlandse uitdrukking om te zetten in een gortdroge correcte Duitse vertaling, of juist andersom.

steenkolenduits: “Der Kuchen ist auf
bedoeld wordt: “De koek is op”
correct Duits: “Jetzt ist Schluß

En:

steenkolenduits: “Er glündert ganz viel
bedoeld wordt: “Hij glundert helemaal”
correct Duits: “Er amusiert sich köstlich

Echt de lading dekken doet dat toch bepaald niet. (‘Glunderen’ en ‘zich kostelijk amuseren’ is toch ook echt iets anders, in het Nederlands en voor zover mij bekend ook in het Duits.)

Soms ben ik ook erg nieuwsgierig naar de context van een bepaalde zin:

steenkolenduits: “Halb versoffen hängt sie in den Tauen
bedoeld wordt: “Half verzopen hangt zij in de touwen” (? Er gaan dagen voorbij dat ik deze zin niet nodig heb…)
correct: Duits “Halb ertrunken hängt sie am Seil

Ter verduidelijking staat er nog bij “versoffen = zwaar aan de drank”. Fijn, maar de Nederlandse uitdrukking lijkt me ook niet erg gangbaar…

En ook:
steenkolenduits: “Er tut sein best
bedoeld wordt: “Hij doet zijn best”
correct Duits: “Er legt sich ins Zeug

Dit lijkt mij een beetje moeilijkdoenerij om niets. “Er tut sein Bestes” is namelijk wel degelijk correct Duits.

Taalverrijking

Vaak zul je dan ook best nog wel begrepen worden. Als je bijvoorbeeld zegt ‘sie ist ein bisschen betipst‘, moet je Duitse gesprekspartner in context heus kunnen achterhalen wat je bedoelt, namelijk (volgens Wolff) ‘zij is een beetje tipsy’ (wat in goed Nederlands toch echt ‘aangeschoten’ is, maar goed, kniesoor die daarop let).

Ik ben zelf ook groot voorstander van het letterlijk vertalen van uitdrukkingen, mits dat een beetje grammaticaal koosjer gebeurt. Niet omdat ik geen Duitse uitdrukking weet, maar omdat ik vind dat je sommige mooie uitdrukkingen best in de andere taal mag introduceren.

Zo vraagt mijn oma vaak ‘hoe laat leven we?’ en vraag ik ook regelmatig in het Duits wie spät wir leben. Ik probeer ook in het Duits met enige regelmaat ‘iemand iets in de haren te smeren’ (een uitdrukking die ook in het Nederlands te weinig gebruikt wordt!)

Ooo, hij heeft poep gezegd! … Wel pluspunten voor de illustrator van het boekje, Lesanka Honigh.

Mein Fazit

Sommige voorbeelden in Kommt wohl gut zijn ook heus een klein beetje geestig, zoals dit:

steenkolenduits: “Guck mal die Vögeln in die Luft”
bedoeld wordt: “Kijk eens, de vogels in de lucht”
(wat je eigenlijk gezegd hebt: “Kijk die eens viezelevozelen in de lucht”, al zou Vögeln daarvoor niet met hoofdletter moeten worden geschreven)
correct Duits: “Guck mal, die Vögel da in der Luft

Er staan ook een vermakelijke DE-NL en NL-DE idioomquiz in het boekje.
Maar over het algemeen krullen mijn mondhoeken toch maar weinig omhoog tijdens het lezen. Taalblunders kunnen echt hilarisch zijn. Als ze ervoor zorgen dat de toehoorder iets volslagen ongepast/anders/bizars in je woorden hoort. Maar als ze leiden tot a-grammaticale, betekenisloze lariekoek, dan komt in mij toch een beetje het beeld van een lachende boer op. Precies, met kiespijn.

Als je zelf benieuwd bent:

Es kommt wohl gut – Duitse taalblunders | Reinhard Wolff | ISBN 9789055948444

Deze kaart stuurde mijn moeder me trouwens ook:

Ik heb hem in mijn kantoor gehangen. In de hal, zodat iedereen die binnenkomt meteen weet waar hij aan toe is. 😉

O, ja, benieuwd naar die Quarkbüddel? Lees dan ook: de mooiste creatieve Duitse scheldwoorden

6 gedachten over “Es kommt wohl gut, of: Quarkbüddel recenseert boek

  1. ze zijn erg leuk allemaal.
    Nederlanders zijn dikwijls overtuigd Duits te kunnen spreken.
    Ik ging nogal eens stiekem bij de receptie van het hotel zitten
    om ze zich te horen aanmelden. Was grappig en het ging nooit echt goed

  2. Das Buch ist aus 2011. Der Vorgänger “Lass mal sitzen” aus 2010. Beide sind tatsächlich nicht lustig, weil die sogenannten Falschen Freunde nach meiner Erfahrung als Germanist/Sprachtrainer nahezu alle erdacht sind. Eine Beleidigung fast für die Holländer! Der Autor ist kein Germanist bzw. Deutschlehrer, hatte aber trotzdem viel Erfolg mit dem Buch. Leute lachen gerne über Fehler, die andere machen. Das ist in diesem Fall eine Leichtigkeit, weil die aufgeführten ‘Fehler’ lediglich mögliche, nicht reale sind. Ich habe z.B. in 40 Jahren Berufspraxis den immer und überall aufgeführten Falschen Freund ‘bellen’ (= anrufen in NL) nur 1 x seriös bei einem Holländer wahrgenommen.

    • Genau so erfahre ich es auch – es ist mir alles zu erfunden. Ich habe ja genug Fehler gemacht, in der Kategorie ‘falsche Freunde’ und vor allem auch in der Aurssprache, und ich kann darüber auch schmunzeln. Aber wenn es um ‘Unsinnfehler’ geht, um Fehler die eigentlich nur im Traum des Autors passieren… meh. Richtige falsche Freunde sind mMn auch oft viel subtiler. Bei mir hat es z.B. eine Weile gedauert, bevor ich geschnallt habe, dass die 2 Bedeutungen von ‘die Bank’ unterschiedliche Mehrzähle haben.

Plaats een reactie