Elisabeth Wiese, een schurkeboef die de Engelmacherin van St. Pauli genoemd wordt, deel 1

Vijf baby’s. Misschien ook zestien, maar in elk geval haar eigen kleinkind. Verbrand in de oven, of in de Elbe gemikt. Elisabeth Wiese draaide er haar hand niet voor om.

Hallo, wij van Standort Hamburg (ik dus) kijken nogal veel true crime docu’s de laatste tijd. En van het een komt het ander, zegt men, dus voor je het weet ben je diep in de donkere geschiedenis van Hamburg gedoken.

En donker kan het dan worden! Vandaag maken we bijvoorbeeld kennis met Elisabeth Wiese, de ‘Engelmacherin von St. Pauli’, een schurkeboef van de bovenste plank. Lees maar gauw verder!

Een vroedvrouw met een probleem

Picture this, Hannover, 1886.* Elisabeth Berkefeld, 33, vroedvrouw van beroep en ongehuwd, had een probleem. Ze had namelijk een kind gekregen, en ongehuwd baren, dat was niet de bedoeling. 

Gelukkig was daar Heinrich Wiese, die volgens sommigen ketellapper was, en volgens sommigen handelsman. Hoe het ook zij, hij had werk, zag wel wat in Elisabeth en nam dochter Paula op de koop toe. Het gezin trok in 1890 vanuit Hannover naar St. Pauli in Hamburg. 

Deze verhuizing kwam de kersverse Frau Wiese als geroepen, want ze werd in Hannover gezocht voor fraude en het uitvoeren van illegale abortussen, en dat begon haar toch wat ongemakkelijk te worden allemaal.

Altijd in oplossingen denken: de Geschäftsideen van Elisabeth Wiese

De familie Wiese betrok een flat op een Katzensprung van de Reeperbahn. Het verwachte Goede Leven bleef uit. Ja, klar, Herr Wiese had het aanvankelijk best naar z’n zin. St. Pauli wemelde van de schimmige kroegjes, en de drank was er goedkoop.

Maar terwijl Herr Wiese the live aan het liven was, zag het leven van Frau Wiese er bepaald niet rooskleurig uit. Heinrich verzoop het weinige geld dat hij verdiende en weigerde over de brug te komen met zijn spaargeld. Gevolg: geldzorgen en scheldpartijen die tot in Altona te horen waren.

Dáárvoor was ze natuurlijk niet naar Hamburg gekomen.

1. Echtgenoot vergiftigen

Elisabeths oplossing was simpel: ‘Note to self, echtgenoot vergiftigen’.

Helaas voor haar kreeg deze echtgenoot hier lucht van. Hij had zijn vrouw namelijk tegen de buren horen zeggen dat hij niet in de beste gezondheid verkeerde, en waarschijnlijk spoedig de pijp aan Maarten zou geven. Dan zou alleen zijn spaargeld haar nog blijven als troost bij dit bittere verlies.

En nu hij erover nadacht… hij moest wel érg vaak overgeven na het eten en drinken van dingen die zijn eega voor hem klaargemaakt had. 🤔 Dus op een avond confronteerde hij haar: “Vrouw, ik geloof dat jij mij wilt vergiftigen, en ik ga deze koffie nu laten testen voor ik ook maar een druppel in de buurt van mijn lippen laat.”

Daar wist Elisabeth wel raad mee en sloeg het glas uit zijn handen.

2. Je kunt altijd je dochter nog prostitueren.

Goed, vergiftigen ging hem dus niet worden. Gelukkig bleek dochter Paula toch nog ergens handig voor te zijn: tijd voor Plan B, de prostitutie. De nog geen 16-jarige Paula voelde daar weinig voor, maar met een beetje uithongeren en slaan kwam moeder Wiese een heel eind. De volgende advertentie ging de krant in en bracht alras het nodige geld in het laatje:

„Junge Dame bittet einen edel denkenden Herrn um eine Unterstützung von 30 Mark gegen dankbare Rückzahlung.“

Paula kon gewoon thuiswerken, op een sofa in de woonkamer. Buren en onderhuurders konden live meekijken – dat zag haar moeder niet als hinderlijk, maar juist als gratis reclame. Tegen een meerprijs liet moeder Wiese Paula’s klanten hun gewelddadige fantasieën op haar uitleven. 

Toen Paula in 1902 als door een godswonder naar Engeland wist te vluchten, was Elisabeth opnieuw woedend, maar ze zat niet lang zonder geld. Een nieuw business plan was al snel uitgedokterd: illegale abortussen, daar had ze immers al ervaring mee, en de opvang van pleegkinderen.

3. De Engelmacherin

Wiese werd ‘Engelmacherin’, iemand die illegaal abortussen uitvoerde. Vaak waren dit artsen of, net als Elisabeth Wiese, vroedvrouwen die in hun vrije tijd in hun eigen schuur wat bijklusten. De hygiënische omstandigheden waren in het gunstigste geval dubieus, en voor de abortus zelf werd gebruikt wat voorhanden was. Veel vrouwen gingen daarna met complicaties naar huis, sommige vrouwen gingen helemaal nooit meer naar huis. Lucratief was het wel. 

4. Pleegkinderen, daar zit ook geld in

In Hamburg waren er bovendien genoeg dienstmeisjes die (al dan niet vrijwillig) een affaire begonnen waren met de zoon van de baas. Was een achterkamerabortus onbetaalbaar of om andere redenen geen optie, dan resulteerde zo’n affaire in een kind dat de meisjes zelf niet konden opvoeden. Maar ze hadden wél werk en een vast inkomen. Met een beetje geluk viel er misschien ook nog wel wat uit de vaders van de baby’s te persen.

Je begrijpt, pleegkinderen, daar zat duidelijk geld in.

Dus Elisabeth plaatste opnieuw een advertentie en nam voor exorbitante bedragen (100-200 mark per maand) het kind van zo’n dienstmeisje in huis. Soms was ook een eenmalige afkoopsom mogelijk, maar dan hadden we het wel over enkele duizenden marken.

Er waren moeders die na een tijdje op hun beslissing terugkwamen en hun kroost weer bij Elisabeth wilden ophalen.

Tot hun grote verbijstering was van deze kinderen echter geen spoor meer te bekennen…

Hoe het verder ging met de Engelmacherin van St. Pauli lees je binnenkort in deel 2 – stay tuned!

Meer true crime in Hamburg:

*Nooit een kans voorbij laten gaan om Sophia Petrillo te parafraseren, ook niet als je het over true crime in Hamburg hebt.

Plaats een reactie